“Het AT?” vroeg ik aan de politieagent naast me?
“Ja, het arrestatie team”, was zijn nuchtere reactie.

Hoe het ging van “even bij de patiënt langsgaan” tot het “we laten het AT komen”.

Het was mijn eerste dienst bij een nieuwe werkgever. Daarbij is het gebruikelijk om eerst met iemand mee te lopen die al vaker dienst gedaan had en de regio kent. Ik liep mee met een vrouwelijke arts-assistent, laat ik haar voor het gemak even Viola noemen. En een grote mannelijke SPV-er, die ik voor het gemak even Daan noem.

We kregen vanuit de dagdienst de vraag om even bij een patiënt langs te gaan. Die noem ik voor het gemak even Gert. Gert had overdag een IBS gekregen (nog vanuit de wet BOPZ), maar was er tussenuit geglipt in de tijd dat de IBS (inbewaringstelling) geschreven werd. Mocht hij thuis zijn, dan was de vraag of we politie en ambulance wilden bellen om te zorgen dat hij opgenomen zou worden.

Klinkt als een makkelijke opdracht en als appeltje eitje. Dus zo gezegd, zo gedaan. Wij rijden daar langs. Het appartement van Gert lag in een grote flat, dus we konden zonder aan te bellen bij hem even langs de galerij lopen om te zien of er licht brandde. Dat brandde er. Dus zoals gevraagd belden wij politie en ambulance met de vraag of ze patiënt wilden komen halen voor opname.

Ter uitleg. Patiënten die een IBS hadden moesten toentertijd nog middels ambulance naar de opnamelocatie gebracht worden. Politie ging vaak mee ter ondersteuning, aangezien de meesten patiënten liever niet opgenomen wilden worden (anders geen IBS) en dus ter bescherming van het ambulance personeel. Heel soms wilde politie patiënten ook wel brengen en hoefde er geen ambulance te komen.

Politie was vrij vlot ter plaatse en belde aan. De voordeur van Gert was van dat bubbelige glas, je kon er wel wat doorheen zien, maar niet veel. We konden zien dat iemand, vermoedelijk Gert, naar de voordeur kwam lopen. En ons ook wilde vertellen dat hij de deur niet open ging doen. We zagen dat Gert bewegingen naar zijn hoofd maakte. Onduidelijk bleef wat hij deed.

Totdat Viola zei “volgens mij zie ik bloed op het raam van de deur”.

En toen begon het. Politie tikte het ruitje in, Gert pakte wat scherven en gooide die naar buiten en rende daarna zijn huis in. Er werd om versterking gevraagd. Die kwam ook. In best grote getale. Het idee was denk ik om de deur eruit te werken, zodat ze naar binnen konden. De deur had een ander plan. Die dacht iets als “je hebt mijn ruitjes er al uitgetikt, dus nu ben ik flexibeler en krijg je me er niet uit”. Met andere woorden, het kostte een hoop moeite om die deur eruit te krijgen. Tegen de tijd dat politie binnen was, was Gert via zijn balkon op 9 hoog omlaag geklommen naar een balkon er schuin onder op 7 hoog.

Op het moment dat politie erbij komt heeft politie de regie. Op zich logisch, want we vragen ze niet voor niets. Maar waar ik me op die momenten wel eens zorgen om maak, zeker als een patiënt dan niet meewerkt. Houdt politie er rekening mee dat het geen boef is, maar een patiënt, die in de war is en hulp nodig heeft.

Besloten werd om er een onderhandelaar bij te halen. In de hoop dat die Gert kon overtuigen naar binnen te gaan en mee te gaan. Dit had niet het gewenste effect.

Dus toen kwam het “We laten het AT komen”. Het eerste wat ik dacht was “het AT?” Om me daarna te beseffen wat het AT is en vooral te denken “Oh help, het is een patiënt, geen crimineel”. Ondertussen waren we overigens al uren verder. Onze dienst was om 5 uur begonnen. Deze woorden werden uitgesproken rond een uur of 12 denk ik.

Vanaf die woorden tot het moment dat het AT er daadwerkelijk was zat er ook nog wel wat tijd tussen. Die mensen komen blijkbaar vanuit het hele land. En dan wisselen de gedachten zich af van “boeiend, hoe werkt dat” naar “arme Gert, ik hoop dat ze voorzichtig met hem zijn en zich realiseren dat het een patiënt is”.

Maar ook zorgen, want we wisten dat Gert bloedde, maar we hadden geen idee hoe hevig. We wisten dat het koud was, en hij zat buiten op balkon. Wij hadden winterjassen aan, hij niet. Hoe ging het met Gert? Hij zat stil op het balkon.

Ik zal niet vertellen hoe het AT uiteindelijk Gert binnen heeft gekregen. Niet omdat dat zo gewelddadig ging, dat ging volgens mij best soepel en rustig. Maar omdat ik geen idee heb of het handig is als ik schrijf hoe hun werkwijze was. Net zoals ik aan bepaalde regels (vooral privacy regels) ben gebonden, wilt het AT denk ik ook niet dat hun werkwijze heel makkelijk vindbaar is.

Deze casus is ondertussen enkele jaren geleden. Maar vergeten zal ik deze niet meer. Met Gert is het daarna wel beter gegaan weer.

Het maakte dat ik me wel ook realiseerde dat als politie erbij gevraagd wordt en hun inzet is nodig. Dat ‘wij’ van de psychiatrie hooguit vanaf de zijlijn toe kunnen kijken. Gelukkig is het meestal andersom en staat politie standby en is puur hun aanwezigheid genoeg voor patiënten om mee te werken.

Dit verhaal is gebaseerd op waargebeurde ervaringen, maar alle benamingen zijn fictief. Alle overeenkomsten met bestaande personen, plaatsen en gebeurtenissen in dit verhaal berusten op louter toeval.

Meer meer meer:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.